Feeds:
Berichten
Reacties

Râṣnov, Sinaia


Van 17 tot 21 november kwam de mammie en de pappie mij bezoeken.
Dat betekent natuurlijk veel uitstapjes!

Na een lange reis (naar Charleroi – Bucuresti – Braṣov ) kwamen ze uiteindelijk aan in Braṣov.

En de volgende dag (18/11) stond er al meteen een uitstap op het programma:

Râṣnov

Râṣnov is een dorp op zo’n 15 km van Braṣov. Heel speciaal is dat op zich niet, ware het niet dat er een kasteel bovenuit torent. Dit kasteel zou gebouwd zijn omstreeks 1215 door de Teutonische ridders. In zijn hele geschiedenis is het kasteel slechts één ingenomen, rond 1600 door Gabriel Báthory.

Over die teutonische ridders valt er heel wat te zeggen. Maar daarvoor verwijs ik je door naar hier. Als je aan het lezen slaat, dan zal je zien dat er over dit kasteel gesproken wordt:

Het mariënburg kasteel in Malbork.

Eens in de geschiedenis van de Teutonische ridders was dit hun hoofdkwartier. Zo’n 5 jaar geleden heb ik dit kasteel bezocht. De mensen die mee waren op het uitwisselingsproject in Polen zullen zich dit vast nog herinneren. Het kasteel staat alvast in mijn geheugen gegrift als één van de mooiste en indrukwekkendste kastelen die ik ooit zag. Met zijn gigantische bakstenen omvang en zijn kanonsballen in de muur is het een kasteel dat je eens in je leven moet gezien hebben. Gebouwd en afgewerkt omstreeks 1276 en 1406, maar bijzonder goed onderhouden. Een grappig detail dat ik altijd onthouden heb, zijn de duiveltjes die je in de muren kan terugvinden. Met hun lange baard wijzen ze je welke richting je uit moet om het toilet te vinden. Lachen ze, dan is het dichtbij. Hoe meer bedrukt of gefronst ze echter kijken, hoe verder het is. Zet het dan dus maar op een drafje. 😉 Geen overbodige luxe in die tijd wellicht, want het kasteel is wel echt reuzegroot. 😉

Nu, mochten mijn persoonlijke indrukken jullie nog niet overtuigd hebben: het is als één van de enige sites uit de teutonische tijd opgenomen in de UNESCO-lijst (of hier). 🙂

Maar dus, terug naar Roemenië. We bevinden ons nog steeds in Râṣnov:

Dat inderdaad net als Braṣov hollywoodtekens heeft.

Nu, omdat het kasteel toch ietwat hoger gelegen is, hebben ze een pendeldienst voorzien:


Tadaaaa! 🙂

Niet bijzonder comfortabel, wel zeer efficiënt. 😉

Eens in het kasteel besluiten we meteen naar het hoogste punt te trekken. Hoewel er eens een kapel (verrassing?) stond, schiet daar nu niets meer van over.
Maar dat maakt het uitzicht niet minder machtig.




Om ons daarna naar het middenplein te begeven.


Waar nu vooral winkeltjes gehuisvest zijn.


En hier treffen we ook de mythische waterput. De legende zegt dat na langdurige belegering het kasteel in de problemen raakte. Daarom kregen twee turkse gevangen de opdracht een put te graven. In ruil daarvoor kregen ze hun vrijheid aangeboden. 17 jaar lang en 143 meter diep hebben ze gegraven alvorens een bron te bereiken. De belofte werd echter niet gehouden. Ze werdens alsnog vermoord.

Na een laatste blik op het uitzicht,

Begeven we ons naar de uitgang.

Terug in het centrum bezoeken we nog snel even de evangelische kerk.


En dan op naar de tweede stop…

Sinaia

Sinaia is de stad met het beroemde Peleṣ en kleinere Peliṣor kasteel. Alle info over deze kastelen vinden jullie hier en hier.

Jammer genoeg is het Peleṣ elk jaar gesloten in november voor renovatiewerken en de grote kuis.
Maar niet getreurd: we hebben één van europa’s mooiste kasten nu toch al vanbuiten gezien. De binnenkant komt nog wel eens. 🙂 Maar voor zijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen: google heeft een grote collectie foto’s.
Maar er is nog het kleinere kasteel: Peliṣor.

Dus lopen we eerst even langs de vertrekken van de bedienden.

Die als ik het goed voor heb, nu door gewone mensen bewoond worden.

En dan lopen we naar het Peliṣor (vertaald: kleine peleṣ). Het kasteel waarin koning Ferdinand en koningin Marie hun persoonlijke zomerverblijfplaats hadden.

En zowel ik als de ouders waren onder de indruk! Binnenin het kasteel is verboden foto’s te nemen. Ik kan jullie de pracht en praal dus niet aanbieden. Maar google kan dat gelukkig wel. Voor foto”s: klik hier.
Het enige foto die ik hier wil posten is die van de gouden kamer. En dat is letterlijk. Alle muren zijn met goud belegd in bladmotief. De deur is gemaakt uit ivoor. En geloof mij, het is echt indrukwekkend.

Boven in de kamer zie je trouwens het favoriete symbool van Marie. Je vind het overal terug in dit kasteel. Deze kamer was overigens haar persoonlijke tempel en is ook de kamer waar ze gestorven is.

En na de Peliṣor gingen we toch eens het Peleṣ kasteel wat van naderbij bekijken.

En een beetje vloeken omdat we niet naarbinnen konden.

Maar Sinaia is niet alleen de stad met een aantal van europa’s mooiste kastelen. Het ligt ook aan de voet van het Bucegi gebergte. Wat betekent dat er ook mooie uitzichten zijn om van te genieten.

En dus reden we naar de kabelbaan

En gingen de lucht in…

Maar jullie merken het al… De foto’s worden een beetje mistig.
Toen we uitstapten zaten we dan ook letterlijk en jammer genoeg met ons hoofd in de wolken.

Normaal gezien kan je nog een tweede kabellift nemen, die je naar het bucegi-plateau voert, waar je de sfinx kan zien. Maar omdat de mist nogal dicht was en de tijd begon te dringen, lieten we dat maar voor wat het was en keerden we terug naar lagere sferen. Maar ook hier helpt google ons uit de nood. Foto’s van de sfinx vind je hier. En dus ook de sfinx zetten we op het verlanglijstje.

En dus trokken we alweer op pad om daar de laatste stop voor de dag in te zetten:

Het klooster van Sinaia. Wat het eerste van vele zou worden. 😉 (Maar dat lezen jullie ‘dra!)
In 1695 werd de oude kerk gebouwd en in 1846 werd de laatste hand gelegd aan de “great church” .


En het eerste dat we zien bij binnenkomst is de

bellentoren uit 1872 met een belletje van 1700 kg.

Het gesloten museum.

En de great church.

Close-up van de ingang met versierde pilaren.

Het altaar binnenin.

Een vreselijk mooie fresco op het plafond.

We maken eventjes een ommetje rond de kerk.

Naar de binnenplaats.

En daar vinden we het graf van Take Ionescu: een politicus die de hereniging van Roemenië beoogde. En die na de eerste oorlog als minister van buitenlandse zaken een defensieve alliantie met Griekenland, Polen, Tsjechie, Slovakije, Joegoslavië wilde bewerkstelligen. Na zijn dood zorgde zijn vrouw dat hij hier een mausoleum kreeg.

Op de binnenkoer zelf vinden we vertrekken van de monniken.

En centraal de oude kerk. Gebouwd in 1695. Beschilderd door Pârvu Mutu en recent gerestaureerd.

Fresco boven de deur.

De ingang met de vreselijk mooie deur.

Uitvergroting freso naast de deur.


Boven de deur.

Het plafond.

Dito.


Dito.

Het altaar.

Muurfresco


Dito.

(Mijn gok is dat dit of de stichtende monnik is, of de heilige aan wie de oude kerk toegedicht is. Beiden zijn namelijk altijd aanwezig in de kerken in kloosters.)

Zoals jullie zien bestaan de fresco’s voornamelijk uit bijbelse taferelen of devoties aan heiligen, Jezus, Maria, …

Maar meer daarover in de blog over Maramures en Bucovina! Die volgt dra na Bucureṣti! J

Pupici!

Kim


Op de gezegende dag van 13 november, namen 3 van mijn Roemeense vriendjes mij mee naar heel wat moois in de omstreken van Braṣov.
De eerste stop is Sfântu Gheorghe, ofte de stad van Sint-Joris. Zoals jullie misschien wel weten is Sint-Joris een mytisch figuur die een gevecht met een draak aanging en dat ook won. Ze vinden hem hier geweldig leuk. Je vindt hem ook terug in vele kerken.

Op zich is de stad niet zo bijzonder, ware het niet dat Matyas hier woont. En dat het boek “De historicus” van Elizabeth Kostova het een zeer speciaal gegeven toedicht. Maar daarvoor moeten jullie het boek maar lezen. Als wereldwijde bestseller ben je zeker dat je een goed boek in je handen krijgt. (Waarbij dank aan Inès H. om het mij van het bestaan op de hoogte te brengen ;))

St.-Joris en de oversized salamander?

Mihai Viteazul, ze zien hem hier graag. Als hij geen standbeeld heeft, dan hij minstens wel een straat naar hem vernoemd. Hij is dan ook degene die de 3 delen van Roemenië voor het eerst samengebracht heeft: Moldavië – Transylvania – Walachije. En ondanks dat de eerste hereniging niet zo bijzonder lang duurde, minder dan een jaar, zijn ze hem daar toch bijzonder dankbaar voor. Maar daar vertel ik jullie meer over bij de blog over Alba Iulia.

Townhall

Nu, er is misschien toch nog wel een derde reden die Sfântu Gheorghe speciaal maakt. Ze hebben hier namelijk een gigantische Hongaarse protestantste kerk. Een omwalde nog wel.

Dat ze hier Hongaarse kerken hebben, is te verklaren door de geschiedenis. Het laatste millenium regeerden zij over een deel van Roemenië. Hun regeringsgebied besloeg vooral de streek transylvania, waarin ook Braṣov en Sfântu Gheorghe gelegen zijn. Tot op heden wonen hier in verschillende steden zoals Sfântu Gheorghe en Kovasna nog steeds een Hongaarse meerderheid. Landelijk gezien is hun populatie zelfs 6,6 % (in 2002). Dat de macht van de hongaren nog maar recent verleden is, uit zich bijvoorbeeld in oudere generaties in Transylvania die bijna allen vlot Hongaars spreken.

Maar de tijden zijn veranderd en de Hongaren zijn hun macht en positie kwijt. Dat betekent echter niet dat ze niets meer te zeggen hebben. Roemenië is na de val van het communisme op dit vlak wel een ware democratie. Hongaren hebben dezelfde rechten en hebben zelfs aparte scholen waarin ze in het Hongaars onderwezen worden. Daarnaast is er nog steeds een politieke partij die strijdt om de belangen van de Roemeense Hongaaren. Meer zelfs, ze ijveren voor een hereniging met Hongarije. Dat dit Hongaarse stuk in het midden van transylvania en dus ook Roemenië ligt, maakt het vooral een beetje grappig, vind ik. 🙂 Maar zoals je wel kan raden, ook dat wordt hen niet door iedereen in dank afgenomen. 🙂

Of er echter echte etnische problemen zijn, is moeilijk te zeggen. Ik heb al Roemenen ontmoet die helemaal niet over de hongaren te spreken zijn. Maar ik heb evengoed Roemenen ontmoet wiens beste vrienden hongaren zijn. Misschien moeten we het een beetje vergelijken met onze Walen. Sommigen zijn er niet over te spreken, anderen net wel. En de grote meerderheid, die heeft niet echt een mening.

Ik heb inmiddels al wat Hongaren ontmoet en ik kan jullie geruststellen, het zijn even leuke mensen als de Roemenen. 😉

Naast Hongaren heeft Roemenië ook nog andere minderheden, zoals bijvoorbeeld de Duitsers.

Veel Duiters en Hongaren zijn in de tijd van het communisme echter naar hun thuisland teruggevlucht omdat het regime hen uiterst discrimineerde.

Wie zich interesseert in de evolutie van de minderheden vindt hier meer info.

Die, zoals vaak bij Hongaarse protestantse kerken, voorzien is van een poort.
Deze poorten zijn een seculair symbool en zijn ook te vinden bij Hongaarse huizen. Ze weerspiegelen vooral de sociale positie van de bewoner.
Kenmerkend is bovenste gedeelte waarin vogelhokjes voor duiven voorzien zijn. Verder zijn ze versierd met typische inkervingen.


De omwalde kerk met de kruisjes. Deze kruisjes zijn er geen ter nagedachtenis van de doden. Nee, op deze kruisjes vind je de naam en het afstudeerjaar van de mensen die tot deze kerk behoren. Waarom is mij een raadsel. De Roemeense Hongaren konden mij ook niet meer vertellen dan ‘traditie’. Mocht er hier iemand het antwoord in pacht hebben, is dat altijd welkom. 🙂

Wat ook opmerkelijk is, hoezeer mensen hun einde hier voorbereiden.
Zo is deze tombe al klaar, maar heb ik ook al genoeg grafzerken gezien met bv.
12/05/1989 – …

In deze termen wil dat eigenlijk zeggen dat ik hopeloos achterzit in grafplannen. Beetje griezelig toch, nietwaar?

Lege tomben.

De toren vanop de binnenplaats getrokken.

En om die toren helemaal op foto te krijgen, moest ik best we wat moeite doen. Op de knieën gaan bijvoorbeeld. Wat de roemeense vriendjes op hun beurt dan weer zo grappig vonden dat ze daar een foto van wilden. 😉

Maar toen ondekten we dat de kerk eigenlijk niet open was. Maar geen probleem, iemand zag dat we de kerk wilden bezoeken? Hup, gsm in de hand, telefoontje gemaakt. En 5 minuten later stond er al iemand klaar met de sleutel om ons binnen te laten. Want dat we niet de kans zouden krijgen hun kerk te bezoeken, dat kon toch niet? Dat zie ik in België nog niet te snel gebeuren precies. 😉

En binnen zien we de typische soberheid van een protestanse kerk.

Met een fraaie preekstoel.

Na ons werd de deur weer netjes afgesloten. Waarna we onze trip verderzetten.

En een ministop houden bij een artificieel meer waar ik ondertussen de naam al van vergeten ben.

Maar wel de perfecte plaats voor foto’s.


Waar de één al met wat meer overtuiging aan meewerkte dan de ander. 😉

En dan weer hup: auto in! Tot we arriveerden op een panorama-punt.

En genoten van het uitzicht.

En ik een wild aardbeienplantje ontdekte. (Maar helaas, verkeerde seizoen. ;))

Waarna we onze tocht verderzetten, om uiteindelijk hier terecht te komen:

De smelly mountains. Een post-vulkanisch gebied dat zijn naam dankt aan de sulfer ofte zwavel uitstoot. Wij zullen hier 2 delen bezoeken: 2 kraters die geslagen werden na de vulkaanuitbarsting.
Het ene werd een meer, het andere een plekje van uitzonderlijke vegetatie.

Maar dus eerst, het meer…

Waarop we aan de afdaling beginnen.

En op een panoramapunt al een eerste blik kunnen werpen op het…

Meer van Sint- Anna.

Waar we ook spoedig arriveren.

Ik in het midden van het meer.

Matyas, ik en Oszkar in het midden van het meer.

Waarna we besluiten eens rond het meer te lopen.
Wat adembenemende beelden gaf, kijk zelf maar.

Maar waar we ook dit aantroffen:

Jawel, van een beer. De beren vinden het meer namelijk ook reuzefijn. Ze komen hier om te drinken, baden, … Het is dan ook altijd een beetje opgepast geblazen als een toertje rond het meer maakt. En de bossen zijn misschien niet altijd een even goed idee ;).

Maar we stappen rustig verder, al is het misschien iets meer behoedzaam.

Waarna we rond zijn. En ons terug naar boven begeven.

Want… De tour gaat namelijk beginnen. Het gebied waarin we ons bevinden is namelijk een zeer uitzonderlijk gebied. Nu, ik zou zeggen dat de tourgids mij dat wist te vertellen, maar dat is niet waar. In zijn dronken toestand was hij namelijk alleen in staat om Hongaars te spreken met een dikke tong, een beetje Roemeens en een 5-tal woorden Engels. Maar we hebben geluk. Matyas en Oszkar zijn namelijk van origine Hongaars en zij nemen dan ook de rol van tolk op zich.

Maar dus, terug naar waarom het gebied zo speciaal is.

Het domein waar we ons nu in bevinden, de tweede krater, is namelijk een groot waterreservoir waar planten en bomen op groeien. Al gaat dit welliswaar heel traag, omdat het water weinig mineralen en voedingstoffen bevat. Op dit moment zijn er dus nog 2 mini-meren zichtbaar, maar het is een kwestie van 10-tallen jaren voor ook deze verdwijnen onder de plantenbegroeiing. Dit gaat echter heel traag omdat er weinig mineralen en andere voedingstoffen in het water zitten.

De meeste van deze begroeiing bestaat uit een soort sponsachtig mos. Het is dan ook verboden om het domein alleen te betreden, of om naast de voorziene plankjes te stappen. Er zijn plaatsen waar de plantenbegroeiing sterk genoeg is om een mens te kunnen dragen, maar er zijn er minstens evenveel waar dat niet het geval is. En aangezien het meters diep is, is dat beter niet waar je belandt.

En dus volgen we netjes het pad. Al geloof ik dat iedereen wel eens getest heeft, al dan niet met de voet, hoe de begroeiing precies aanvoelt. En ik kan meegeven dat het voelt alsof er zich iets sponsachtig om je schoen sluit. Inclusief geluidjes. Vreemde ervaring. Toch maar niet met volle gewicht geprobeerd. 😉

En dus volgen we een slingerend pad.

En komen aan bij het eerste meer.

Matyas – ik – Olga

Een paar kiekjes en een vertaling van een gelalde Hongaarse uitleg, trekken we naar het tweede meer.

Oszkar daagt het sponsmonster uit.

Waar we look spoedig aankomen.

En het verhaal van het eerste meer zich herhaalt.

We nog eventjes doorslingeren.

En daarna uit het domein stappen.

Snel nog even poseren bij het wonder van de natuur,

warempel katoenplanten ontdekken,

En nog een laatste keer genieten van het uitzicht.

Waarna we ons pad vervolgen naar de volgende bestemming.

We stappen in de auto en ik zit al even in de auto, als ik iets voel kriebelen in mijn nek. Na even voelen, bemerk ik dat er weldelijk wat zit… En even later haal ik een teek uit mijn nek. Vreselijk veel geluk gehad natuurlijk. Want ik had deze opgemerkt alvorens die mij had kunnen bijten.
Met de kriebels op het lijf reizen we verder.

Tot aan de “wonder springs”

Broebelende waterbronnen, jeej! 🙂

Handje erin en jawel, heerlijk warm! Ook dit is een effect van het post-vulkanisme. Men gebruikt dit medisch-therapeutisch. Dit bestaat uit: vormen van baden, drink sessies, inhalaties en spoelingen.

Dit hele vulkanische gebied heeft frequent sterke vulkanische gas erupties. Mineraal en therapeutisch water zijn vooral geconcentreerd in omliggende valleien.

En na dat alles, gaan we een hapje eten.
Resultaat: zeer zeer zoute vissoep.

En een gigantische plateau met een heleboel lekkers.

Daarna kruipen we nog de auto in voor onze allerlaatste stop: Covasna. Dit is de thuisstad van Oszkar. In deze stad is er ook sprake van heel wat therapeutische waterbronnen. Veel mensen komen hier baden of water drinken/halen.

Naar het schijnt voor vanalles en nog wat goed. Maar het water smaakt eigenlijk vooral naar ijzer. Bah. Toch maar niet, hoe gezond het moge zijn.

Waarna we na een lange dag terugkeren naar Braṣov en de dag erop zit.

Net als deze blog.

La revedere!

Bran, Poiana Brasov, Sapte Scari


Op 9 oktober ging ik naar Bran.

Op 6 november beklom ik de şapte scări.

En op 20 november stapte ik naar Poiana Braşov. Dit was een tochtje van een 45 minuten, bergopwaarts aan hoog tempo. 🙂 Want geloof het of niet, maar Kim-die-nooit-aan-sport-doet, heeft conditie gekregen. 😉

En omdat dit alles zich afspeelt rond Braşov, krijgen jullie deze verhalen samen!

En dus eerst:

Bran

De toeristische val, zoals Nicolas al eerder commente op één van mijn andere blogs. Bran is tot heinde en verre bekend. Om wat? Een dooie mus eigenlijk.
Een vermeend dracula-kasteel, dat deze status enkel verworven heeft door het Dracula-boek van Bram Stroker.

De historische achtergrond is dus net zo fictief als het boek zelf. Niets verbindt Vlad Tepeş aan dit kasteel. En buiten een klein marktje dat helemaal op de toeristen gericht is, is er in dit kleine dorpje niets te doen.

En heel eerlijk? Ik vond het kasteel ook niet veel soeps.
Iedereen die mij tot nu toe kwam bezoeken heb ik dan ook aangeraden deze site niet te bezoeken. En hier doe ik het opnieuw. Ga er niets heen, het is de moeite niet waard. Zelfs als je vindt “dat je het toch eens gezien moet hebben.” Er is niets aan te zien, je kan je tijd beter besteden. 😉

Van beneden gezien

Uit de lucht (jawel, gepikt van internet. ;))

Van beneden op de binnenkoer.

Uitzicht van op het terras met Lena. Let op de sneeuw achter ons op de bergen. Dit was tot op vandaag de koudste dag. En ook de enige keer dat ik sneeuw zag in Braşov. En dat begin oktober! Meer foto’s kan je op facebook bekijken, dit waren mijn persoonlijke highlights. 😉

Poiana Braşov

Poiana Braşov, ik heb er jullie al over verteld! Dit is namelijk de startlocatie om postăvarul te beklimmen. En dat verhaal kregen jullie al.

Je kan echter ook aangename wandeling vanuit Braşov, doorheen de bergen nemen. Dit is een goeie 4 km bergopwaarts en is supermooi, zeker in de herfst.




Bijna in Poiana! Maar we moeten een beetje spoeien, want de zon begint onder te gaan!


Op wandel met de koe!

De vakantiehuisjes in Poiana.Dure villa’s. Poiana is enkel voorzien voor de rijke toeristen of Roemenen.


De zon gaat onder tussen de bergen.



Het meest chique en ook duurste hotel van heel Poiana Braşov. Het lijkt wel een “klein” kasteel!

Zoals jullie zien is het ronduit gigantisch. Evenals het meer. Dat trouwens geheel artificieel is… Van dichterbij kan je ook alle pracht en praal aanschouwen. Ik heb niet kunnen achterhalen hoe duur het is om hier te overnachten, maar mijn gok is dat het geweldig duur moet zijn.

Toch is ook dit hotel volgeboekt in de winter. Poiana Braşov is één van de populairste skibestemmingen in Roemenië. Jammer genoeg zijn de prijzen er ook naar. Ze moeten niet onderdoen voor bv. Oostenrijk.
Hélaas, daar gaat mijn idee om te leren skiën. 😉

Canoniul Şapte scări

Er staat weer wat leuks op het programma! Mijn Roemeense maatjes Olga, Andrei en Matya nemen mij vandaag namelijk mee naar de wonderen der natuur: de şapte scări. Een adembenemende canyon.

Maar voor we daar aankomen, volgt er eerst nog een wandeling van een uurtje. En die is eigenlijk ook al geweldig mooi.



Wist je dat Roemenië een gigantisch aantal natuurlijke waterbronnen heeft?
Hier in de bergen ontspringen een groot aantal waterlopen. Veel mensen komen hier dan ook hun flessen opvullen. Ik heb het water ook geproefd en ik moet zeggen dat het echt gewoon smaakt als mineraalwater. 🙂 Het water is ook gewoon glashelder. 🙂 Als er dus ooit een watercrisis komt, dan weet je waarheen je moet verhuizen. 😉

Matyas – me – Andrei – Olga

En toen kwamen we eindelijk aan de canyon!

Net naast de ingang hangt een bordje. Ik had het eigenlijk al over het hoofd gezien. Maar Andrei wees er mij op. Het bordje zegt (in het Roemeens, terwijl dit een toeristische trekpleister is) dat de canyon gesloten is. Er zijn namelijk wat probleempjes met het onderhoud van de şapte scări ofte de zeven ladders… En het is dus niet meer veilig…

Misschien had ik dat liever niet geweten bij aanvang. Maar het heeft mij toch wel een pak voorzichtiger gemaakt. 😉

Maar een aanblik als deze maakt het al meteen de moeite waard.


Al kreeg ik het toch even spaans benauwd bij deze ladder. 12 meter hoog maar liefst. De ladder wiebelt bij elke trede die je neemt. En alsof dat nog niet genoeg is, is er ook nog eens een waterval die jou en de ladder helemaal onderspat. Lees: glibberige treden.
En dan is er maar 1 ding dat je kan doen: naar boven zoeven. En vooral niet naar beneden kijken. 😉


Maar Andrei Had daar allemaal geen last van!


En hup weer verder!


En achter elke hoek meer water.


En nog meer!


En zelfs nog meer!


Maar achter elke hoek schuilt ook moois.


En nog meer adembenemd moois!

Tot we de top bereiken en uitgelaten terugkeren.

Nog even rusten…

En genieten van het uitzicht.

En dan weer op naar Braşov!

La revedere!

Pupici!

Braşov


Bună!

Deze blog is geschreven omdat velen onder jullie zich schijnen af te vragen wat ik nu eigenlijk godganse dagen uitspook.
En of ik echt alleen maar feestjes heb? 😉

Hélaas. 🙂 Elke dag spendeer ik mijn tijd van 9 tot 5 op de faculteit.
Daar hou ik mij voornamelijk bezig met het schrijven van papers, een beetje bibliotheekwerk, lesgeven, … Kortom wat wij de assistentenjob zouden noemen. 😉

De lessen gaan voornamelijk over communicatie. Omdat mijn roemeens nog steeds niet goed genoeg is om gehele conversaties te begrijpen, geef ik voornamelijk feedback op hun non-verbale feedback. Dat is best plezant eigenlijk. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik de meeste van mijn tips en tricks niet uit mijn opleiding haal… Maar wel uit de jaren toneelervaring. Kijk, het is toch allemaal voor iets goed, niet waar. 😉

Deze week heb ik bijvoorbeeld een 6-tal uur lesgegeven. Waarvan een 4-tal uur gingen over hoe een powerpoint presentatie te geven. Godzijdank dat we in onze opleiding overstelpt worden met het geven hiervan. 😉 De andere 2 uur betrof een case over sexual harassment. En dat is dan weer uitermate interessant. Want Roemenië is toch altijd een beetje anders dan België. Hoewel hun opvattingen in wezen niet lijken te verschillen van de onze, zijn de concrete handelingen dat wel. Zo zullen zij veeleer geneigd zijn om in een gezagsorganisatie zich onderdanig op te stellen. En dus veel meer te verdragen. En dan draait het altijd weer op hetzelfde uit: hoe komt dat? Het communisme. Want trachtte je daar in te gaan tegen het regime, dan overleefde je dat niet.

Het communisme is op in december 21 jaar gevallen, maar zijn sporen zie je hier echt nog elke dag. Het heeft het denken van iedereen die het meegemaakt heeft compleet getekend. Desondanks blijven de Roemenen altijd positief: hun salaris is met 25% verminderd (en ze kijken aan tot mogelijks 40%) – de belastingen zijn verhoogd – op alles is er nu een belasting van 24%, zelfs op voedsel. Als je de Roemenen echter vraagt wat ze daarvan denken, dan halen ze hun schouders op. Ze kunnen er toch niets aan veranderen, dus ze komen hier ook zo wel door. Ze hebben immers het communisme al overleefd.
Of zoals iemand zei: “I am lucky! My parents had war, war, communism and then died. I had the communism and 20 years of a reasonable life. I am very lucky.”

Of hoe wij Belgen misschien iets teveel klagen? 😉

De papers waaraan ik werk, gaan voornamelijk over the entrepreneural personality, aangezien dat het voornaamste onderzoeksdomein van professor Marcela Luca is.

Omdat Marcela Luca’s bureau eigenlijk ook de bibliotheek is, doe ik ook wat bibliotheekwerk: boeken terugkrijgen, uitlenen, … Je kent het wel. 🙂

Als er toch een beetje tijd over schiet probeer ik vooral aan mijn thesis te werken, of wat aan mijn blog te schrijven. Maar jammer genoeg is dat meestal voor na de uren. 😉

Dat was ook één van de vragen die ik kreeg: hoe vind ik de tijd om al die blogs te schrijven? 😉 Wel, alles wat ik jullie vertel is natuurlijk al een 2 weken tot een maand geleden gebeurd. 🙂 Dat is hoe. 😉
Omdat ik tussendoor schrijf en wanneer ik wat tijd vind, kan het soms wel even duren tot ik wat gepost krijg. Of komen er een paar posts heel snel achter elkaar. 😉 Word staat meestal open en wanneer ik tijd en zin heb, probeer ik steevast de volgende blog reeds wat vorm te geven. 😉

Zodus, na de uren verblijf ik in:

Str. Memorandumului
Caminul 10, Camera 412
500045 Brasov
Roemenië

Lustige brievenschrijvers moeten zich niet inhouden, doch mij wel informeren als er wat op komst is. 😉
Kwestie dat ik de post beneden check. 😉

Al ziet het er inmiddels al heel wat voller uit. 😉

Braşov zelf is een pareltje:

En alles wat je ooit over Brasov wilde weten, vind je hier.


Het Braşov hollywoodsign op berg Tâmpa dat je van heinde en verre ziet. 😉

En `s nachts verlicht is.

De wandeling van Memo naar het centrum ziet er zo uit:

Tot jij bij het centrum, Piaţa sfatului, aankomt:

Council house.

En een roemeens orthodoxe kerk: Adormirea Maicii Domnului

… 😉

En dan op naar the black church!

In deze kathedraal hangt er een grote collectie Oosterse tapijten. Sommigen zijn meer dan 500 jaar oud. Ikzelf was niet helemaal onder de indruk, maar dat is een kwestie van smaak natuurlijk.
De kathedraal heeft haar naam te danken aan de Habsburgers die in 1689 een groot deel van de stad in brand gezet hebben. Dit heeft de hele muren zwart geblakerd. De kathedraal was zwaar beschadigd en het heeft bijna 100 jaar geduurd alvorens ze gerestaureerd was.


Om de hoek staat deze geweldig mooie Ecatarina gate.

Als we verder lopen zien we deze toren.
Hoewel deze de black tower genoemd is, is deze vandaag bijzonder niet-zwart. 😉

Deze toren dankt zijn naam aan de verschillende blikseminslagen die hier in de geschiedenis plaatsvonden.
Tot deze in 1599 verwoest werd. En opnieuw gebouwd.

Bij de black toren. Midden tussen de black church en het Braşov-hollywoodteken.

Poort voor de White tower!


Al over halverwege de trap naar the white tower! (Kan je rekenen, auw spiertjes! 😉

Lena en ik aan de witte toren.


De bibliotheek. (Die nog met papierensteekkaartjes werkt! :D)


Uitzicht op één van de bergen/heuvels.
Hier zien jullie de de communistische industriële toren.


Autumn in Braşov? Waaaauw 🙂


Central park in de herfst.


Zicht vanuit central park op naar mijn mening de mooiste othodoxe kerk in Braşov.

Waterpartij in central park.

Kleuren in central park 🙂

Braşov at night vanop het ‘uitkijkpunt’.

Maar er is nog veel meer te zien in Braşov: een kasteel, meer poorten, meer torens, heel veel verschillende kerken, synagogen, een fenomenaal uitzicht vanop Tâmpa op de stad, de kleinste straat van europa: strada schei, …

Maar in die stad wonen natuurlijk ook mensen, veel mensen!
De Roemenen waar ik hier het meeste mee optrek zijn deze:

Andrei – Matyas – Olga – ik – Oscar


Andrei – ik – Olga – Oscar

Je zal hen nog regelmatig tegenkomen in andere blogs ;).

Maar naast hen zijn er nog een heel aantal roemenen die ik niet zo netjes op foto heb: Claudia (en haar man Luc), Andrian (x2 ;)), Fane, Gabi, Alexandra, Andreia, Marcela, … 🙂

En naast die Roemenen zijn er nog een pak erasmussers! 🙂 Zo’n 70-tal in Braşov om precies te zijn!

Ik trek voornamelijk op met de Turken (Murat, Murat, Engin, Bilge, Başak)
En een aantal van de Spanjaarden (waarvan er zo’n 30 zijn): Idoia, Nacho, Luis v, …

Maar jullie leren hen gaandeweg wel kennen. 😉

Al geef ik jullie wel graag nog een paar sfeerbeelden mee! 🙂


Met de helft van de bende spanjaarden 😉


Ik- Murat

Nacho – Ik – Luis V – Alexandra – Fransisco – Jaime – Victor – Idoia – Ana

Ziezo!

Een antwoord op de prangende “Wat doe jij nu eigenlijk hele dagen”-vraag.
Hier vul ik mijn dagen en nu weet je ook meteen met wie! 🙂

Ik heb nog bergen verhalen liggen die ik de komende weken eens ga proberen uittikken!

Aldus, tot snel! 🙂

Pupici

Sighişoara


Het is het weekend van Halloween. En waar kan je dat beter spenderen dan in dé Draculastad: Sighişoara.
Eigenlijk is de stad alleen maar een toeristische Dracula-trekpleister want historisch gezien is er niet veel van aan.
Men stelt dat Vlad Tepeṣ (de historische figuur die aan de grondslag ligt van alle Dracula verhalen) hier 4 jaar zou gewoond hebben. Maar dat is eigenlijk ook niet helemaal zeker.

Maar we trekken er dus op uit! En het reizen doe ik opnieuw per trein! Doe een gokje… Hoeveel vertraging zou ik deze keer hebben?

40 minuten bij vertrek. En 1h20 bij aankomst.
De duur van de route is? 2 uur.
Hoeveel stops tussen Braşov en Sighiṣoara? Geen.
Nee, ook ik heb geen idee hoe je zoiets voor elkaar krijgt. Maar het moet gezegd zijn: hoe ze het ook doen, ze zijn er wel erg goed in! 😉

Zodus, met een ‘beetje’ vertraging kwam in aan in Sighiṣoara. Even mijn spullen afgezet in de jeugdherberg en dan op weg naar het centrum. Want daar zitten mijn EILC-vriendjes reeds wat te eten.

Het eerste wat ik aantref op mijn tocht is…
Een kerk, hoe kan het ook anders.

Wist je dat: er nog steeds kerken gebouwd worden in Roemenië. En eigenlijk zelfs behoorlijk frequent? 
Dat er in minstens elk mini-dorpje een gigantische kerk staat? En vaak eerder 3, 4 of 5?
En dat er daar nog steeds kerken bijgebouwd worden.
Dit terwijl er ook heel wat minder fraaie huizen staan en andere voorzieningen ontbreken?
(Mini-kruideniers-winkeltjes, geen supermarkten, geen openbaar vervoer)


Eénmaal het water over kan ik een blik op de middeleeuwse stad werpen.
Deze ligt namelijk op een heuvel en is heel wat hoger gelegen dan de rest van Sighiṣoara.

Eens de vriendjes gevonden zijn, trekken we de heuvel op en kijken uit over de stad.

Op deze foto’s zien jullie ook dat er in Roemenië nog heel wat in aanbouw is.
Niets zegt echter dat de werken ooit zullen beëindigd worden.
Er zijn hier veel bouwwerven die begonnen zijn maar nooit zullen eindigen. Ergens middenin heeft men geen geld meer. En wat doet men dan? Niets, de bouw blijft exact zoals ie was toen het geld op was.

Bovenop deze heuvel ligt oudste middeleeuwse stad van Europa.
Met onder andere deze toren:

Op die toren staan er naast de klok een paar mannetjes.
Als jullie goed kijken zien jullie dat er één plekje leeg is.
Een andere toeriste wist ons het volgende te vertellen:
Als het mannetje van de ene kant naar de andere kant ging (en de linkerzijde dus leeg bleef),dan was het 18h00. Je moest er steeds voor zorgen dat je om 18h00 uit de toren was. Was je na dit uur nog in de toren, dan werd je gedood.

Efficiënt om steeds tijdig te kunnen sluiten als je’t mij vraagt. 😉

De toren fungeert heden ten dage als een museum:

Met allerlei uit de middeleeuwen:

Zoals deze dokterstas.

Maar het meest speciale aan deze toren is toch wel de grote collectie klokken en het klokmechanisme.

Dat een beetje groot uitgevallen is. 😉

Maar het meest indrukwekkende is toch wederom het uitzicht:

Vlakbij deze toren staat ook het Vlad Tepeṣ huis.

HET Vlad Tepes huis is dus een huis waar hij ooit eens misschien 4 jaar zou verbleven hebben. Nou nou.

En iets verder vinden we alweer – hoe kan het ook anders – een knappe kerk. (Waar foto’s nemen verboden was.)

Lena – Analisa – Steffi – Christian – Oli – Willy – Emese
En snel een kiekje van het gezelschap 🙂

Na één van de talrijke kerkbezoekjes besloten we wat rond te dolen in de straten:

Zoals jullie kunnen zien staan de oude omwallingen en poorten nog overeind.

Terug in het centrum, zien jullie links op de achtergrond een Vlad Dracula-pop.
Het bordje zegt: 2 lei om een foto te nemen met goede vriend Vlad.
Rechts zien jullie de ingang van de 174-treden trap. Maar die is voor morgen!

Want de avond begint te vallen.
Snel een hapje eten en dan klaarmaken voor een halloweenfeestje.

Zonder verkleedkleren welliswaar, want het echte halloweenfeestje is pas morgen! 🙂 Pas vroeg in de ochtend keerden we weer naar de jeugdherberg. 😉

Op zondag trekken we na een verkwikkende doch ietwat korte nachtrust opnieuw de stad in. Vandaag is het de beurt aan de 174-treden trap.

3 keer raden wat het eerste is dat we boven aantreffen?

Warempel: 1 kerk. 😉

En een mooi uitzicht? 😉

En een eeuwenoudhuisje.

Maar bovenop deze heuvel ligt er ook een kerkhof.
Een zeer mooi kerkhof om precies te zijn:

Hier zien jullie een aantal bijzonder oude grafstenen. Deze dienen nu niet meer om een graf aan te duiden, maar veeleer als “afsluiting”. Om de één of andere reden heeft men deze verplaatst en vormen deze nu de afbakening naast de weg.

Na een wandeling door dit toch wel immense kerkhof, besluiten we terug naar de stad te gaan.

En daar vinden we nogal een grappig bordje:

Euhm? Niet trompetteren? 😉
Met dit verkeersbord is er heel wat afgelachen. 😉 Ondertussen weten we wat het betekent: verboden te toeteren (auto). 🙂

En op weg naar het centrum struinen we nog wat kleine straatjes af vol met huisjes die beschermd zijn door monumentenzorg.

Om dan terug naar de jeugdherberg terug te keren: de grote erasmushalloweenavond staat op het programma!

Daar zijn wel eventjes wat problemen mee geweest. Normaal zijn er elk jaar talrijke halloweenfeestjes in Sighisoara, maar dit jaar niet, dankzij de economische crisis. Van heinde van verre (zelfs Canada) waren er mensen naar Sighisoara afgezakt. Om daar tot de conclusie te komen dat er niets was… Echter, dat was buiten onze jeugdherberghoudster gerekend. Zij belde met lokale pubs tot er één bereid was de deuren te openen voor zoveel feestgedruis. 🙂 En de foto’s spreken voor zich. 😉

Luca

José – Pola


Chema – Juliette la roulette

Céline – Jeanne – Morgan

En na een korte nachtrust alweer de been op.
Het is immers maandag en de plicht in Braşov roept.

Dus terug de trein op:
En hoewel ik uiteindelijk aankom met 40 minuten vertraging, de rit bijzonder aangenaam: het uitzicht op de trein is meer dan de moeite.
Kijk zelf maar 😉

Tot snel! 😉

Cluj


15h40: Kim komt het station binnen. Met nog 25 minuten voor de trein vertrekt kan er geen probleem zijn. Tot ik alle rijen voor ticketjes zie…

15h50: Ik krijg het ondertussen Spaans benauwd… Met nog 14 minuten tijd en nog 6 mensen voor mij, bereid ik mij voor op een fiasco.

15h57: Hoera, toch een ticketje bemachtigd. Naar Roemeense standaarden wel bijzonder duur: 20 euro maar liefst.
Nu lopen zodat we zeker de trein halen.

15h58: Kim holt door de gang. Alle Roemenen staren haar na.

15h59: Ie is er nog niet. Mooi op tijd dus! 🙂

16h05: Driewerf hoera, de trein heeft opnieuw vertraging. Zonet gevraagd aan twee Roemenen wanneer ie komt en het antwoord is: “Hij komt, we weten alleen niet wanneer.”

16h25: Godzijdank voor de Roemeense mentaliteit. 3 collega’s – Marinela, Ramona en Vikas – hoorden dat ik Engels sprak en het omroepsysteem dus wellicht niet verstond. Daarom kwamen ze mij op de hoogte stellen dat er wat mis is met de treinen. Alle treinen rond Sinaia kunnen momenteel niet door. 3 keer raden waar mijn trein zich bevindt? Juist ja.
Maar de Roemenen zijn weer opperhartelijk. Of ik hen anders wil vervoegen? Zij zullen mij dan op de hoogte houden door middel van de informatie die zij verkrijgen. Daar besluit ik maar op in te gaan, want mijn Roemeens is nog steeds niet goed genoeg om alle info zelf op te kunnen pikken.

17h00: Soms denk ik dat Roemeense vriendelijkheid geen grenzen kent. Ik ken hen amper een half uurtje en ik word reeds getrakteerd op een cola. Ondertussen heeft het heugelijke nieuws ons bereikt dat de trein een vermoedelijke vertraging heeft van 3 uur.

20h15: Warempel, daar is de trein. Dit is bijna niet te geloven. 😉 Wat ik toen nog niet wist, was dat er die nacht een grote storm was geweest. Gedurende de dag was er daardoor een grote rotsblok op de sporen terecht gekomen. En mijn trein zat op dat spoor en kon nergens heen.

20h20: Ook hier bewijzen de Roemenen hun hartelijkheid nog maar eens. De treinzitjes zijn genummerd en hoewel ik in dezelfde wagon zit, zit ik een paar coupé’s verder. Maar daar is geen sprake van, volgens Marinela. Waarop ze naar de conducteur stapt en regelt dat we elders samen kunnen zitten. Want het kan toch niet dat ik nu “alleen” moet verder reizen?

22h00: Alle gekheid op een stokje, we breken ons hoofd over een raadsel. Ik geef het jullie hierbij ook. Inzendingen met het juiste antwoord zijn wenselijk. 😉
7 meisjes hebben elk 7 tassen. In elk van die 7 tassen zitten er 7 katten. Elk van die katten heeft 7 kleine katjes. Hoeveel benen zijn er in totaliteit? (Kattenpootjes ook als benen aanzien. ;))

23h00: Gedurende de treinrit komen er meerdere gevarieerde onderwerpen aan beurt. Zij zijn nieuwsgierig naar hoe buitenlanders Roemenië percipiëren, ik ben nieuwsgierig naar wat zij denken over hun land. Het is ongetwijfeld één van de interessantste gesprekken die ik over dit onderwerp gehad heb.
Het is ook hierna dat we contactgegevens uitwisselen. Ondertussen ben ik al uitgenodigd om Alma Iulia, de feestdag op 1 december met hen te komen vieren.
En hebben ze mij een job aangeboden. De bedrijfspsycholoog in het farmaceutische bedrijf dat hen tewerkstelt (dat ik hier maar even niet bij naam noem), gaat op pensioen. Ongeveer rond de periode dat ik afstudeer. Maar ik mag er best nog even over nadenken. 😉

00h30: Enfin, we arriveren in Cluj. Halleluja. En daar staan mijn vriendjes mij al op te wachten op het perron. 🙂

Na een warme maaltijd – die zeer welgekomen was – besluiten we dat de dag nog veel te jong is en het weekend veel te kort om al richting bed te gaan.
Niet veel later zijn we al op weg richting “Janis Club.”

Janis club is, zoals hier wel vaker het geval is, gelocaliseerd “underground”. Heel veel gezellige cafeetjes of uitgaansgelegenheden bevinden zich in keldercomplexen. Ik ben onder de impressie dat de steden hier helemaal onderkelderd zijn. En dat biedt natuurlijk veel ruimte tot creativiteit.
Janis club biedt voornamelijk jaren 70-80-90 muziek met een overvloed aan lang vergeten hits. Nostalgie troef zodus. 😉

Maar ik geloof dat de grootste vreugde toch het weerzien was.

Lena – Emese – me – Steffi

Luca – Oli – Andrea – Lena

Na het weerzien gevierd te hebben, stond er een zeer welkome nachtrust op het programma.
Want de volgende dag gingen we op stadverkenning.

Aangekomen in het centrum van de stad botsen we op een zeer groot plein met allerlei mooie huizen.
Cluj is zonder twijfel de meest west-europese stad van Roemenië.
En ook één van de rijkere. Dat merk je overal aan.
Zoals bv. aan de staat van de huizen.

Eerst bezochten we de St. Michael Church.

Om daarna het lokale uniefgebouw eens te gaan bezichtigen.

Wat nu volgt, is mijn favoriete gedeelte van de stad.
Aan de ene zijde heb je het nationale theater:

Dat tot in de details vreselijk mooi is:


En aan de andere zijde heb je de catedrala adormirea maicii domnului.

Ongetwijfeld één van de mooiste kerken die ik al gezien heb, sinds mijn aankomst in Roemenië.

De binnenkant is vooral afgewerkt met schilderingen.

Maar ook met geweldig mooie en kleurrijke mozaïken.

En de microfoon is niet zomaar een micro, maar een adelaar.

Na dit bezoek, gingen we naar hogere sferen.

Om daar een overzicht op de stad aan te treffen:

En om wat te drinken. 🙂

Daarna waren we behoorlijk hongerig, dus besloten we een hapje eten klaar te maken:

En daarna gezellig wat te drinken in Oli’s en Christians kamer.

Op zaterdag besloten we een bezoekje aan de botanische tuin te brengen.
Met de tussenkomst van de herfst zorgde dit voor een uitgebreid kleurenpallet.

In de serre troffen we tropische planten aan en zomerse temperaturen.
En dat doet wat met een mens:

Terug buitengekomen stond er een wandelingetje door het bos op het programma.

En we het genoegen hadden het knisperen van herfstbladeren onder onze voeten waar te nemen.


Want het is herfst, de boom verliest haar stem. In een paar weken is het ruisen voorbij.

Waarna we een toren beklommen…

Voor een panoramisch zicht:

Terug beneden vonden vonden we…
Oeh, blaadjes? 😉


Eens peilen hoe diep dat hier is…
Aha, kniehoogte! Dat betekent…

Springfoto’s!

Is’t gelukt?

Nee?

371 pogingen en 593 giechelbuien later.

Springen, ok. Maar we zijn hier vandaag om een extensief onderzoek te voeren naar de mogelijke gebruikswijzen van blaadjes…
Herftgevecht?

Jahahaha!

Victory!

Steffi recovering ^^

En ook Christie en Luca gaan ervoor

En Luca moet het onderspit delven.

Na al deze gekheid op een stokje zetten we onze verkenningstocht verder.
Onze volgende halte is: het kerkhof. Op dit reusachtige kerkhof liggen Hongaren, Roemenen, Serviërs en een mengelmoes aan andere culturen begraven.

17 familieleden

Het is hier trouwens de gewoonte om een soort van klapbankjes te plaatsen bij de graven.
Dan kan je bij bezoek plaatsnemen ipv recht te staan.

Maar het meest opmerkelijke is de grote hoeveelheid raven.
Na vluchtig tellen kwamen we aan 30 raven die we op dat moment konden zien.
Het echte aantal moet echter minstens rond de 200 gelegen zijn.


Met hun grootte en hun gigantische vleugels zijn ze behoorlijk imposant.

’s Avonds stond er nog een bezoekje aan El Toro steakhouse op het menu.
Hier kregen we uitgebreid uitleg van Christian, de slagerszoon, over wat we het beste bestelden.
Dit bleek de tenderloin te zijn. En ik kan jullie verzekeren: het was echt vreselijk lekker. 🙂
Alles wat jullie ooit over steak wilden weten, vinden jullie hier.

Daarna, hoe kan het ook anders, zetten we opnieuw een stapje in de wijde wijde wereld. 🙂

En amper een paar uurtjes slaap verder, loopt de wekker reeds af: tijd om huiswaarts te keren!
Maar voor we vertrekken is er nog 1 iets dat moet afgehandeld worden…
Er is hier namelijk een café dat claimt Belgische wafels te verkopen…

Als wafelliefhebber zit er niets anders op, daar moeten we heen…
Maar zoals we misschien hadden kunnen verwachten… De wafels zijn niet dat. 🙂

Het zijn weldegelijke luikse wafeltjes.
Maar dan wel diegene die je in elke supermarkt kan kopen in België.

Maar kom, het was het proberen waard. 😉
(En reken maar van yes dat de Max in Gent met zijn overheerlijke wafels op mijn to-do-lijstje staat als ik eventjes naar België kom rond de feestdagen.)

En dan alweer: treintje op, laat je rijden! 😉

Tot snel!

Postăvarul


Op de gezegende zondag 17 oktober beklom ik mijn eerste berg.
Deze post is het relaas over deze ervaring.

In Braşov heb ik in het studentencomplex een aantal studenten forestry leren kennen. Zij bestuderen de fauna en flora in allerlei omstandigheden. Laat bergen daar nu een uitgelezen kans toe wezen en je weet meteen dat ik een aantal doorwinterde bergbeklimmers als begeleiders had.
En laat ik er maar meteen bij vertellen dat ze dat uitstekend gedaan hebben, dat begeleiden.

De hele klim door hebben ze mij geadviseerd en bijgestaan waar nodig. Waarvoor mijn vele dank aan Fane en Adrian :).

Maar nu, jullie zijn waarschijnlijk (en hopelijk) nieuwsgierig naar hoe ik het er vanaf gebracht heb.

Weldus. Op de gezegende ochtend van 17 oktober ging de wekker reeds af om 7 uur. Dat is? Te vroeg. Voor een zondag? VEEL te vroeg!

Een uurtje later stonden we op de bus… En warempel: mist.
Gelukkig, denk ik nu. Want het is een typisch bergenritje: Smalle straatjes, scherpe bochten, tweevaksbaan.
Oja, en een bus die in het midden rijdt.

Zonder kleerscheuren bereiken we echter Poiana Braşov.

En treffen een iniemienieschattig kerkje aan…

Maar daarom zijn we hier niet vandaag. Vandaag gaat hier mij hierom:

Munte Postăvarul.

Dus komen we aan het begin van ons bergpad en wat zien we? Modder. Modder zover als we kunnen zien.
Oja, het had de hele nacht geregend. Hiep, hiep, hoera.

Maar kom, niet gelaten. We ploeteren er gewoon varkentjesgewijs door.
En al gauw wordt het geploeter beloond met een uitzicht als dit.
Herfst, ik had nooit gedacht dit te zullen zeggen maar ik hou van je. 🙂

Wat kan je anders doen als je zo’n kleurenpracht mag aanschouwen?

Maar we zijn nog maar net vertrokken. De top lonkt, maar ik weet gelukkig nog niet hoever die weg is op dit moment.

Gedurende de trip proberen ze mij ook in te wijden in de wonderen der natuur. Dat valt niet mee.
Van een heel stel bomen en planten kennen ze alleen de roemeense of de latijnse naam.
En soms ken ik de Nederlandse, maar niet de Engelse. Of geven zij mij een Engelse naam en heb ik geen idee wat dat in het Nederlands is.

Desondanks zijn er soms ook wonderen die geen namen nodig hebben.

Zoals dit: twee bomen die vergroeid zijn.

Of zoals dit: de giga roodgerande houtzam.

Hoe hoger we klimmen, hoe adembenemender het zicht wordt:

Ook een beetje met dank aan de mist. 😉

Maar de weg is steil en glibberig. En rechtblijven is niet altijd even makkelijk.
Daarom wordt besloten om het groentje in het groen een extra houvast te maken: een wandelstok.

Adrian sprong de bergen op, vond een geschikte boom, een geschikte tak en haalde zijn mes boven.

Fane bekeek het geheel met een beetje ongeloof maar voornamelijk goeddunken.

En toen, na veel zwoegen (en 2 uur) waren we eindelijk iets over half weg. We bereikten een plateau met een geweldig uitzicht.

Klommen iets hoger en zagen Bucegi, een ander gebergte:
KLIK MIJ!

Een wauw is inderdaard wel op z’n plaats. 😉

Maar daarna was het tijd nog wat hoger te klimmen. We passeerden de berghut en klommen verder naar de top.
De ene al iets sneller dan de andere. Adrian lijkt in zijn natuurlijke habitat terecht gekomen te zijn, eens hij voet op een berg zet.
Of zoals Fane zegt: “Everytime I go on a trip with him, he’s walking in front of the group, with his hands in his pockets. There is no way keeping up with him.”
Wanneer ik dacht aan “Pauze, pauze, pauze!” Zei hij: “Gaan we lopen? Wie het eerst boven is?” 😐

On my way, and it is not that easy as it seems. 😛


We’ve come a long, long way. 🙂

Maar we zijn er bijna! 4 uur stappen op de klok, en nog 1 helling.
Hierachter ligt ons doel: de top.

Nu nog in rusttoestand, 1 minuut later al boven. Zoals jullie zien is er een railing gemaakt. Dit omdat de rotsen zeer slecht liggen en sommige zelfs helemaal los.
Niets daarvan zeggen de twee doorwinterde bergbeklimmers. En springen op de rotsen achter Adriaan en springen (letterlijk: springen), hup hup hup. Naar boven.
1 blik naar rechts? Ik wil niet eens weten hoeveel meter naar beneden ik kon kijken. 2 keer slikken. En dan toch maar voor het toeristenpad gaan. 😛

Maaaaaaarrrrr:


De top werkt bereikt. Het heeft misschien 4 uur geduurd, maar hier zijn we dan. 1799 meter hoog.
En het zicht is adembenemend. 🙂 Kijk zelf maar.


Adrian op zoek naar rode besjes. (Die ik niet lekker vond. :P)


Milky clouds mountain.


Man on the edge.Dit zijn de momenten waarop ik zei: “Can you please try, NOT to fall down?”

En toen, na een uur van dit fenomenale uitzicht genoten te hebben, en onze boterhammetjes opgesmuld te hebben, begonnen we aan onze tocht naar beneden.
Veel makkelijker zou je denken. Nu, dat is toch wat ik dacht. Helaas zet dit spieren in werking waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. 😉
Gelukkig verzachtte het uitzicht de pijn. 🙂

Toen we de blokhut terug passeerden, besloten we om wat warms te drinken.
Eén ciorbă de fasole ofte bonensoepje verder, waren we er weer klaar voor.

We zetten onze tocht verder. En de zon besluit ons te komen vergezellen. 🙂 Dat is, als de mist haar niet te grazen neemt.



En toen kwamen we deze zeer interessante constructie tegen… Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe zoiets heet. Maar het metalen constructie van – ik schat- 50 meter hoog waaraan de kabels voor de kabellift bevestigd worden. En raad eens wie dat wou beklimmen? Jawel, jawel. De Roemeense waaghalzen. Nee, niet bibi. 😛
Maar ik heb wel foto’s gemaakt om hun mama’s trots te maken. Heb ik trouwens al vermeld dat dit eigenlijk strafbaar is? 😉
Nu, toen ze bijna boven waren, kwam er plots een aanzwellend geluid. “b z z z ZzZzZZZZZZZZZZZ”. Daar kwam de kabellift.
Op ging behoorlijk snel maar de tijd waarin ze terug beneden stonden, dat was goed voor een recordpoging. 😛

Zoals jullie zien, hebben deze keer het pad gekozen. Hoewel… Het pad gaat in slalom versie. Wij gaan in short-cut slalom.|
Wat betekent dat we de weg volgen, tot we een “trail” zien en dan deze naar beneden nemen.
Als je trail hoort, denk dan aan modder, rotsen, … Maar kom, we zijn nu al zover gekomen, dat kan er nog wel bij. 😉

Dit is een beetje een triest aanzicht. Op dit moment worden nog altijd veel bossen gerooid in Roemenië.
Ook hier was dat het geval. Gezonde bomen worden gekapt. Waarom? Omwille van het geld dat ze opbrengen, maar ook om de weg te verbreden.
Een weg om bomen die hoger staan, ouder zijn en dus meer hout opleveren, te kunnen kappen. Jammer genoeg leggen ze hier nog steeds geen quota’s op.
Wat dus betekent dat er nog steeds naar hartelust gekapt kan worden.
Mijn reisgenoten wisten mij te vertellen dat ook illegaal houtkappen hier schering en inslag is.
Er bestaat echter op dit moment geen beleid om dit tegen te gaan.

En dan zijn er bijna. Het is ondertussen al 17h00 geworden.

En jawel! Terug in Poiana Braşov.

Op deze foto zien jullie uiteraard Fane, maar ook één van de vele luxueuse hotels. Het meer is compleet artificieel en de kamerprijzen zijn zelfs naar west-europese standaarden echt duur. In de winter is Poiana Braşov een groot ski-resort met een doelpubliek dat veel rijker dan de modale mens te noemen is. Een dagje skieën hier is vergelijkbaar met een dagje skieën in Oostenrijk. En naar Roemeneense standaarden is dit heel duur.

En hierbij zit het alweer op.
Volgende post? Cluj!

En nu mogen jullie mij ook eens vertellen wat jullie willen lezen?
Meer historiek? Meer over Roemenië? Meer foto’s? Minder foto’s?
Opinies graag! 🙂

Ciao ciao!

Pupici!